Category: 2010-2011


Les 1.

Alle klassen gebruiken een bestekmapje om kopieën, studies en afbeeldingen in te bewaren.
Dit procesmapje is een belangrijk deel van de lessen van de plastische opvoeding. Het toont namelijk alle zaken die aan het uiteindelijke werkstuk vooraf gingen. Daarnaast bevat het mapje een neerslag van alle theoretische stof die de leerlingen te zien krijgen.
Het mapje is op zich dus al een werkstukje en om dat extra te benadrukken maken de leerlingen een uitnodigend voorblad voor het mapje.

Omdat we in de plastische opvoeding steeds gestructureerd, van groot naar klein en van geheel naar detail, werken leg ik de leerlingen uit hoe je netjes maar toch spannend letters en woorden kunt tekenen.
De mogelijkheden voor het tekenen van woorden zijn eindeloos en het blijft mij fascineren.

Aan het voorblad van het procesmapje kan tot het einde van het jaar tussen alle gewone lessen gewerkt worden. De leerlingen gaan echter de komende tijd toch al intensief werken met letters want vanaf volgende les gaan ze aan het werk om een kleurrijk voorblad te maken voor het herbarium dat zij bij de lessen natuurwetenschappen samenstellen.
In principe is dat dezelfde opdracht als de opdracht voor het voorblad al komen er uiteraard andere zaken op te staan.

Uiteraard met, zoals je van een voorblad voor een herbarium zou verwachten, iets met blaadjes of ´groen´.

Les 2.

Na het maken van 4 studies in de vorige les hebben de leerlingen deze les een keuze gemaakt uit de schetsen en deze in het groot, op A4 formaat, uitgewerkt.
Natuurlijk moest dat eerst in grafietpotlood en van groot naar klein. Op die manier was er nog de mogelijkheid voor verbetering.
Daarna konden de meeste leerlingen beginnen met het inkleuren van het voorblad.
Hiervoor gebruiken we in deze opdracht enkel kleurpotloden. Kleurpotloden worden vaak ondergewaardeerd maar als je ze zacht en hard gebruikt en steeds twee kleuren mengt kan je er heel erg mooie resultaten mee behalen.
Ik probeer zo veel mogelijk om zelf de opdracht ook uit te voeren. Mijn resultaat is al af maar ik heb er nog geen foto van genomen. Een foto van mijn werkje volgt binnenkort.

Ieder jaar worden er kerstkaarten gemaakt door de 1e of de 3e klassen. Vorig jaar was het de beurt aan de 1e klassen dus dit jaar mogen de leerlingen van de 3e klassen zich uitleven.
Vorig jaar bleek al dat het erg nipt was om de kaarten op tijd af te krijgen en de 1e klassen hebben twee lesuren p.o. per week. De 3e klassen hebben slechts 1 uurtje les per week. Het zal dus doorwerken worden.
Het voornaamste probleem is dat de bladen voor kaarten eerst besteld moeten worden en het dan nog even duurt voordat ze op de school aankomen. Daarna moeten de bewerkte bladen al snel weer teruggestuurd worden om gescand en gedrukt te worden.
Als dit niet lukt dan komen de pakketjes kaarten niet tijdig op school en kunnen ze niet op tijd verkocht worden.

In afwachting van de bladen krijgen de leerlingen een inleidende oefening.
Na wat theorie over de compositie te hebben gekregen mochten de leerlingen zelf aan de slag met een krant om rechte, driehoekige of ronde vormen te knippen.
Hiervan moet een compositie gemaakt worden.
Met deze compositie gaan de leerlingen in de volgende les hun naam of een woord zoeken.

De leerlingen van het eerste jaar hebben deze week in de 1e les hun kaft beschilderd met bruine verf. In de 2e les hebben zij eens met alle kleuren tegelijk kunnen werken om de kaft af te maken.
Als extraatje kregen de leerlingen ook rode verf om een klein (of bij sommigen wat groter) rood element toe te voegen.
De resultaten zijn echt volwassen, eenvoudig, goed opgebouwd en uitgewerkt.

De derde klas zag deze week een aantal zaken die van belang zijn voor het voorbereiden van het animatiefilmpje.
Zij zagen onder andere wat een storyboard is, hoe een storyboard omgezet wordt in een animatie en wat de problemen waren bij het animatiefilmpje van vorig jaar.

Animatie van 2009-2010

http://www.youtube.com/watch?v=K4lwkJc5GBo

Daarna maakten de leerlingen zelf groepjes van 2 of 3 leerlingen en begonnen met brainstormen rond het thema van dit jaar: ´het werkt´.

De afgelopen twee lessen hebben de leerlingen van de 1e klas geschilderd. In de eerste les kregen de leerlingen enkel de witte verf die van gemalen porseleinklei was gemaakt.
In de tweede les kregen de zij enkel gele (oker) verf die van een gele aardewerkklei was gemaakt.

Langzaamaan komen de eerste resultaten tevoorschijn.

 

Recept voor kleiverf:

14 delen kleipoeder oplossen in

30 delen water en vervolgens

1 deel sterke behanglijm toevoegen.

Een animatiefilmpje is heel leuk om te maken maar je hebt er natuurlijk wel een camera en een computer voor nodig. Nu is dat eigenlijk geen probleem want een computer staat al in de klas en een eenvoudige webcam kan ik zelf meebrengen.
Maar over het algemeen zitten er zo´n 20+ leerlingen in de klas en staat er slechts 1 computer. Om dit probleem op te lossen verdeel ik de leerlingen over de tijd. De leerlingen verdelen zich in groepjes van twee leerlingen en ik verdeel die groepjes over de lessen tussen hebt begin en het einde van het jaar. Zo kan er elke week 1 groepje aan de computer aan het werk.
(tenzij ik natuurlijk zelf iets moet presenteren…)

Dit is pas het tweede jaar dat ik de leerlingen een animatiefilmpje laat maken. Vorig jaar was ik daar te laat mee begonnen en daardoor konden niet alle leerlingen aan de beurt komen.
Dit jaar staan de twee voorbereidende lessen dus als eerste op het programma.

De eerste les was vooral een inleidende les. Wat is een animatie? De meest eenvoudige versie is een ´flipbook´, een boekje waarvan de bladzijden door de duim ´geritst´ wordt. (menig leerling gebruikte al eens de hoek van een schriftje om een stokpoppetje te laten bewegen)

We bekeken hiervan enkele voorbeelden en we keken naar een animatie van wel 2300 tekeningen. Deze animatie werd ingeleid door de Canadese maker en de leerlingen probeerden met hun beste engels enkele vragen bij de inleiding op te lossen.
Hierdoor ontdekte zij hoeveel beeldjes er nodig zijn voor tien seconden film en wat een aanleiding kan zijn voor het maken van een animatie.

In dit geval gelijktijdig hard werken en toch onthaasten…

1e les

Na alle lessen met introducties in de eerste week is het tijd voor wat actie.
Actie, of toch niet? De eerste les van elke opdracht start ik met (alweer) een beetje theorie. En dat is nodig want de leerlingen van het eerste jaar gaan een kaft van dik karton maken die ze vooraf moeten beschilderen met gestileerde onderwerpen in prehistorische verf.

Hoe pak je dat aan?
Zo´n karton is dik, zwaar en vooral behoorlijk groot en de onderwerpen mogen er niet te klein op komen. Vooraf schetsen is dus het beste.

Om te beginnen hebben we een geschikt onderwerp nodig. Tijdens de introductieles maakten de leerlingen al een brainstorm met zichzelf als onderwerp: ´Wie ben ik? Wat doe ik graag (of niet graag) en wat komt daar allemaal bij kijken?`
Thuis zochten de leerlingen al een afbeelding die bij de brainstorm past. Veel voetballers natuurlijk maar ook enkele leuke verrassingen.

In de eerste les konden de leerlingen ontdekken hoe je eenvoudig een afbeelding op een groot oppervlak kan verdelen.
Veel leerlingen hebben namelijk nog de gewoonte om gewoon ergens te beginnen en dan te zien of de tekening uitkomt. Soms kom je dan wat karton te kort of heb je een stuk over.

Daarom begon ik dus met één les over een praktische methode om te tekenen.
Eerst deden we een spel op het scherm vooraan in de klas waarbij er een voor een vlakken verschenen die pictogrammen vormden. Zodra een leerling wist wat er voorgesteld werd mocht hij of zij zijn vinger opsteken en het vertellen. Zo zagen de leerlingen dat je slechts enkele vlakken nodig hebt om een begrijpbaar beeld te vormen.
We keken ook naar de kunstenaars van ´De Stijl´ en hoe zij zochten naar eenvoud en geometrische vormen. De leerlingen ontdekken dat een van de kunstenaars een bestaand schilderij steeds eenvoudiger weergaf om een glas-in-lood raam te ontwerpen.
De leerlingen beredeneerden dat je dit proces ook kunt omdraaien en van eenvoudig naar complex kunt werken.Zo ontdekten ze het gebruik van hulplijnen en de drie basisvormen: cirkel, driehoek en vierkant.
Deze gebruiken we altijd in combinatie met de regel: ´werk steeds van groot naar klein en van geheel naar detail´.
Aan het einde van de les was er nog wat tijd om al eens een proefschets te maken op een kladblad.

2e les

De tweede les was het dan zover: schetsen op het grote karton. Binnen 40 minuten moest de schets volledig op het karton staan. De leerlingen mochten wel zelf beslissen hoe eenvoudig of complex hun ontwerp zou worden. Al naar gelang hun vaardigheid.
En als dat al niet genoeg werk was, moesten de leerlingen ook nog eens in groepjes van vijf achter in de klas klei fijnmalen. Elk groepje toch al gauw zo´n vijf minuten.
Deze klei poeder zal dan later het pigment zijn voor onze verf.
Verf, zo leerden de leerlingen, bezat altijd ten minste drie bestanddelen, namelijk kleurmiddel (bij ons de klei), bindmiddel (bij ons sterke behanglijm) en een vloeimiddel (bij ons natuurlijk gewoon water)
De leerlingen vonden het fijnmalen van de klei heel erg leuk. Al was het soms wat moeilijk om het klei blokje eerst eens plat te drukken met de stamper.

Volgende les: schilderen met witte verf.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.